Mythes over prikkelbare darm en het FODMAP-dieet: wat klopt?

Meergranenbrood, een rode ui en een mes op een houten plank

Bijgewerkt in oktober 2026

Over het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) en het FODMAP-dieet doen veel halve waarheden de ronde. Sommige maken mensen onzeker, andere zorgen ervoor dat ze onnodig dingen laten staan. We hebben elf veelgehoorde mythes naast de actuele richtlijnen en studies gelegd. Bij elke mythe lees je kort wat er klopt en waar je er meer over vindt.

In het kort

  • PDS is geen inbeelding. Deskundigen rekenen het tot de stoornissen in de wisselwerking tussen darm en hersenen, waarbij darm, zenuwen en hersenen niet goed samenwerken.
  • Bij de diagnose leggen de richtlijnen verschillende accenten: zonder alarmsignalen heeft de Britse genoeg aan een paar tests, de Duitse eist dat andere ziekten gericht worden uitgesloten.
  • Volgens grote studies verhoogt PDS het risico op darmkanker op de lange termijn niet. Alarmsignalen zoals bloed in de ontlasting passen echter niet bij PDS.
  • Het FODMAP-dieet is niet glutenvrij en ook geen dieet voor het leven. Volgens Monash University heeft 50 tot 80 procent van de mensen met PDS er baat bij.
  • Een IgG-bloedtest op voedingsmiddelen zegt niets over intoleranties. Over probiotica zijn de vakverenigingen het niet eens, bij vezels hangt het af van het soort.

Mythes over oorzaak, diagnose en darmkanker

Deze mythes gaan over de oorzaak van PDS, het onderzoek naar de klachten en de vraag of PDS gevaarlijk kan worden.

“PDS zit alleen maar tussen je oren”Klopt niet

Wat klopt: De Rome Foundation legt de internationale criteria voor PDS vast en rekent het tot de stoornissen in de wisselwerking tussen darm en hersenen. Daarbij spelen in wisselende combinaties een veranderde darmbeweging, een overgevoelige darm, veranderingen in slijmvlies, immuunsysteem en darmflora en een veranderde verwerking van darmsignalen in de hersenen een rol. Stress kan de klachten versterken, en buikhypnose of een gedragstherapie die op PDS is gericht, kan ze verlichten. Dat zulke behandelingen helpen, betekent niet dat de klachten ingebeeld zijn, want ze grijpen aan op de verbinding tussen darm en hersenen. Meer daarover in ons artikel over prikkelbare darm.

“PDS kun je pas vaststellen als al het andere is uitgesloten”Klopt deels

Wat klopt: Volgens alle richtlijnen moeten de klachten bij het typische patroon passen en mogen er geen alarmsignalen zijn. In de omvang van het onderzoek verschillen ze wel. De Britse richtlijn (BSG 2021) stelt de diagnose op basis van de klachten en een paar bloedtests, en bij diarree onder de 45 jaar komt er een ontlastingstest op ontsteking bij. Een coloscopie is in deze richtlijn alleen bedoeld bij alarmsignalen of bijzondere risico’s. De Duitse richtlijn (DGVS 2021) eist daarentegen dat belangrijke andere ziekten gericht worden uitgesloten, onder meer met een echo, ontlastingstests, bij vrouwen een gynaecologisch onderzoek en meestal een coloscopie en een gastroscopie. Hoe het onderzoek verloopt, lees je in ons artikel over prikkelbare darm.

“Een IgG-bloedtest laat zien wat ik niet verdraag”Klopt niet

Wat klopt: Je lichaam maakt heel normaal IgG-antistoffen tegen een voedingsmiddel aan als je het regelmatig eet. Een hoge waarde laat daarom eerder zien wat je vaak hebt gegeten dan wat je niet verdraagt. De Europese Academie voor Allergologie (EAACI), de Zwitserse Vereniging voor Allergologie en Immunologie en de Duitse PDS-richtlijn raden zulke tests af, en de Britse richtlijn raadt af om voedingsmiddelen te schrappen op basis van IgG-waarden. De Duitse richtlijn zet in plaats daarvan in op een voedingsdagboek en een tijdelijk, gericht eliminatiedieet. Hoe dat bij PDS met FODMAP’s werkt, lees je in het artikel Wat zijn FODMAP’s?

“PDS verhoogt het risico op darmkanker”Klopt niet

Wat klopt: Grote bevolkingsstudies uit Denemarken, Taiwan en Groot-Brittannië vonden bij mensen met PDS op de lange termijn geen hoger risico op darmkanker, en ook de Britse richtlijn stelt vast dat PDS het risico op kanker niet verhoogt. Alleen kort na de diagnose kwam darmkanker vaker voor, in de Deense studie vooral in de eerste drie maanden. Volgens de onderzoekers komt dat doordat darmkanker in het begin vergelijkbare klachten kan geven en eerst voor PDS werd aangezien. Alarmsignalen zoals bloed in de ontlasting, onbedoeld gewichtsverlies of koorts passen volgens de richtlijnen niet bij PDS, en de gebruikelijke screening op darmkanker geldt volgens de Britse richtlijn ook voor mensen met PDS. De alarmsignalen op een rij vind je in ons artikel over prikkelbare darm.

Mythes over het FODMAP-dieet

Rond het FODMAP-dieet circuleren veel vereenvoudigde regels. Deze vijf kloppen zo niet.

“Low FODMAP betekent glutenvrij”Klopt niet

Wat klopt: Bij het FODMAP-dieet gaat het om bepaalde koolhydraten, gluten is juist een eiwit. Tarwe, rogge en gerst worden in de eerste fase alleen vanwege hun fructanen beperkt, en kleine hoeveelheden blijven toegestaan. Volgens Monash University passen ook zuurdesembrood van spelt, havermout en sojasaus in geschikte porties, hoewel ze gluten bevatten. Omgekeerd zijn glutenvrije producten niet vanzelf FODMAP-arm, sommige bevatten ui, honing of meel van soja of lupine. Bij coeliakie is het FODMAP-dieet niet genoeg, en de Duitse richtlijn schrijft bij klachten na het eten van granen voor om eerst coeliakie en een tarweallergie uit te sluiten. Meer daarover in het artikel FODMAP vs. gluten.

“Het FODMAP-dieet is een dieet voor het leven”Klopt niet

Wat klopt: Het FODMAP-dieet is een test in drie stappen. De strenge fase duurt volgens Monash University 2 tot 6 weken, de Duitse richtlijn noemt 6 tot 8 weken. Daarna worden de FODMAP-groepen een voor een getest, en op de lange termijn beperk je alleen wat klachten geeft. Monash raadt aan om triggers later opnieuw te testen, omdat je ze na verloop van tijd misschien beter verdraagt, en wijst erop dat een lang streng dieet nuttige darmbacteriën kan verminderen. De aanpak wordt uitgelegd in de artikelen Wat zijn FODMAP’s? en FODMAP herintroductie: testschema voor fase 2.

“Het FODMAP-dieet helpt iedereen”Klopt niet

Wat klopt: Volgens Monash University heeft in studies uit de hele wereld 50 tot 80 procent van de mensen met PDS baat bij het dieet. Voor de anderen komen andere behandelingen in aanmerking, zoals oplosbare vezels, medicijnen of buikhypnose. Het dieet is bedoeld voor mensen bij wie een arts PDS heeft vastgesteld, en niet om af te vallen. Bij een eetstoornis kan een streng dieet het verstoorde eetgedrag versterken, en daarom raadt Monash behandelaars aan om daar voor de start gericht naar te vragen. Meer over het dieet in het artikel Wat zijn FODMAP’s?

“Een voedingsmiddel is óf FODMAP-rijk óf FODMAP-arm”Klopt niet

Wat klopt: Vaak is de hoeveelheid doorslaggevend. Monash University beoordeelt voedingsmiddelen voor een bepaalde portie, en de app van Monash laat zien vanaf welke hoeveelheid het stoplicht van groen naar oranje of rood springt. Een snee volkorenbrood van tarwe is bijvoorbeeld FODMAP-arm, maar in grotere hoeveelheden door de fructanen niet meer. Bij bananen telt zelfs de rijpheid: van een rijpe banaan is ongeveer een derde FODMAP-arm, van een stevige, middelgrote banaan de hele vrucht. Meer daarover in de artikelen Monash FODMAP app en FODMAP-stacking.

“Lactosevrij is genoeg”Klopt niet

Wat klopt: Lactose is maar een van de zes FODMAP-groepen. Fructanen uit tarwe, ui en knoflook, GOS uit peulvruchten, fructose en de suikeralcoholen sorbitol en mannitol komen ook in lactosevrij eten voor. Een gerecht zonder zuivel kan volgens Monash University daarom toch andere FODMAP’s bevatten. Omgekeerd hoef je lactose volgens Monash alleen te beperken als je die slecht verdraagt, en ook dan meestal niet helemaal: de meeste mensen verdragen 12 tot 15 g per dag, ongeveer de hoeveelheid in 250 ml melk. Welke groepen klachten geven, laat de herintroductie zien.

Mythes over probiotica en vezels

Probiotica en vezels gelden vaak als goed voor elke darm. Bij PDS ligt het ingewikkelder.

“Probiotica helpen altijd”Klopt niet

Wat klopt: Het effect hangt af van de bacteriestam, en de vakverenigingen beoordelen probiotica verschillend. De Duitse richtlijn (DGVS 2021) beveelt geselecteerde probiotica aan, waarbij de stam kan worden gekozen op basis van de klachten. De Britse (BSG 2021) vindt probiotica als groep mogelijk werkzaam, maar kan geen bepaalde stam aanbevelen en raadt aan ermee te stoppen als er na hooguit 12 weken geen verbetering is. De Amerikaanse (ACG 2021) raadt probiotica tegen de PDS-klachten in het algemeen af. Een voorbeeld bespreken we in onze vergelijking Kijimea Reizdarm PRO en FODZYME.

“Vezels zijn bij PDS altijd goed”Klopt deels

Wat klopt: Het hangt af van het soort. Oplosbare vezels zoals psyllium (vlozaad) kunnen volgens de Britse richtlijn (BSG 2021) de klachten in het algemeen en buikpijn verlichten. Onoplosbare vezels zoals tarwezemelen raden BSG, NICE en de Amerikaanse richtlijn niet aan, en volgens de BSG kunnen ze de klachten verergeren. De Duitse richtlijn raadt vezels vooral aan bij verstopping, het liefst oplosbare. Volgens de BSG begin je met 3 tot 4 g per dag en bouw je langzaam op, omdat oplosbare vezels anders winderigheid kunnen geven. Meer daarover in ons artikel over prikkelbare darm.

Veelgestelde vragen over PDS en FODMAP’s

Is PDS te genezen?

Genezing is volgens de Britse richtlijn onwaarschijnlijk, maar een duidelijke verbetering van de klachten en de kwaliteit van leven is wel haalbaar. Het verloop is heel verschillend. In een overzicht van langetermijnstudies bleven de klachten bij ongeveer 30 tot 50 procent gelijk, bij 2 tot 18 procent namen ze toe en bij de rest verbeterden ze of verdwenen ze helemaal.

Is PDS een psychische aandoening?

Nee. Deskundigen rekenen PDS tot de stoornissen in de wisselwerking tussen darm en hersenen. De oudere term “functionele stoornis” heeft de Rome Foundation onder meer vervangen omdat die als kleinerend kan worden opgevat. Angst en depressie komen bij PDS wel duidelijk vaker voor dan bij gezonde mensen, en studies die mensen langere tijd volgen, laten een verband in beide richtingen zien: bij sommigen beginnen eerst de psychische klachten, bij velen eerst de darmklachten.

Bestaat er een test voor PDS?

Nee, er bestaat geen losse test die PDS bewijst. De diagnose berust op het typische klachtenpatroon en op onderzoeken die andere ziekten moeten opsporen. Biomarkertests en darmflora-analyses van de ontlasting die op de markt zijn, raadt de Duitse richtlijn niet aan, omdat geen ervan voldoende is onderzocht.

Hoe vaak komt PDS voor?

In de wereldwijde studie van de Rome Foundation met ruim 73.000 volwassenen uit 33 landen had, afhankelijk van de criteria en de manier van ondervragen, 1,5 tot 10,1 procent PDS. Volgens de Rome IV-criteria uit 2016 was dat in de online-enquêtes 4,1 procent, volgens de oudere Rome III-criteria 10,1 procent. Vrouwen hadden het duidelijk vaker dan mannen.

Hoe kom ik erachter welke FODMAP’s ik verdraag?

Met de herintroductie na de strenge fase: de zes FODMAP-groepen worden een voor een getest, telkens drie dagen lang met een testvoedingsmiddel. Een labtest daarvoor bestaat niet. NICE en de Britse richtlijn zien bij typische PDS geen plaats voor ademtests op lactose of fructose, de Duitse richtlijn vindt ze bij een concreet vermoeden wel zinvol. De aanpak en de hoeveelheden staan in ons testschema voor de herintroductie.

Bronnen: Rome Foundation: What is a Disorder of Gut-Brain Interaction? · Drossman, Chang, Tack: Disorders of gut-brain interaction and the Rome V process (Gastroenterology 2026) · Sperber et al.: Worldwide prevalence of functional gastrointestinal disorders, Rome Foundation Global Study (Gastroenterology 2021) · DGVS en DGNM: S3-Leitlinie Reizdarmsyndrom (2021, wordt herzien) · Vasant et al.: BSG guidelines on the management of IBS (Gut 2021) · Lacy et al.: ACG clinical guideline, management of IBS (Am J Gastroenterol 2021) · NICE: Irritable bowel syndrome in adults (CG61) · Nørgaard et al.: IBS and risk of colorectal cancer, Danish nationwide cohort study (Br J Cancer 2011) · Hsiao et al.: IBS and colorectal cancer, nationwide population-based study in Taiwan (Eur J Intern Med 2014) · Wu et al.: IBS and long-term risk of cancer, UK Biobank (Am J Gastroenterol 2022) · Wu et al.: Risk of colorectal cancer in IBS, meta-analysis (Front Med 2022) · Stapel et al.: Testing for IgG4 against foods is not recommended as a diagnostic tool, EAACI (Allergy 2008) · Allergiezentrum Schweiz: standpunt van de SGAI over IgG-bloedtests (2016) · Monash University: About FODMAPs and IBS, FODMAP FAQs, The 3-step FODMAP Diet (2026), Low FODMAP Diet going strong after 20 years (2025) · Monash FODMAP Blog: Common FODMAP myths (2019), Dairy and lactose (2018), Label reading (2021), App traffic lights (2024), FODMAP stacking explained (2022), Bananas re-tested (2017), Disordered eating in IBS (2025) · Zamani et al.: Prevalence of anxiety and depression in IBS, meta-analysis (Aliment Pharmacol Ther 2019) · Koloski et al.: The brain-gut pathway in functional gastrointestinal disorders is bidirectional (Gut 2012) · Koloski, Jones, Talley: Gut-to-brain and brain-to-gut pathways in IBS (Aliment Pharmacol Ther 2016) · El-Serag, Pilgrim, Schoenfeld: Natural history of IBS, systematic review (Aliment Pharmacol Ther 2004)
Foto: Gennady Zakharin op Unsplash

Terug naar blog